Wat betekent spiritualiteit voor u?
Soms zijn er in het leven ongrijpbare momenten waarin je voelt dat je voor een mysterie staat. Het gaat dan in de eerste plaats om de grote scharniermomenten in het leven zoals geboorte of sterfte. Die momenten hebben me altijd sterk aangegrepen. Je voelt je dan als het ware met de rug tegen de muur staan omdat je er noch met je verstand, noch met je emotie echt bij kunt. Mijn moeder is in mijn armen gestorven. Rationeel is dat een heel sterk moment, want ik was aanwezig bij het heengaan van de persoon van waaruit ik geboren ben. Maar als concrete ervaring is het te groot om het echt te bevatten. Voor mij zijn dat spirituele momenten waarbij je met het mysterie van leven en dood in aanraking komt. Ze doorbreken het dagelijkse bestaan omdat onze woorden en zelfs onze emoties er te kort schieten.
Speelt spiritualiteit ook in het dagelijkse leven een rol voor jou?
Ja, naast die grote momenten zijn er ook de kleine momenten in het leven waarbij je ervaringen, ontmoetingen, inzichten opdoet die eveneens ontsnappen aan de rede. Via de omwegen van kunst, muziek of natuur kan je in kleine momenten ook in aanraking met het mysterie van het leven. Ik heb een hectisch leven: een drukke job met veel reizen en een groot gezin met een druk huishouden. Als ik dan vakantie neem, zoek ik bewust de stilte van de natuur op. Ik put daar niet alleen rust uit voor mijn gemoed en geest, maar ik val er ook helemaal bij stil. Het is bijna niet in woorden te vatten, maar in de natuur kan ik sterk gegrepen worden door het ongrijpbare. (Lacht)
Wat bezielt u in uw job als reportagemaker en journalist? Bijvoorbeeld voor het maken van ‘In Godsnaam’
Een vriendin vroeg me ooit “wat blijft er over als je alles wat niet essentieel is, alles wat franje is, weglaat?” Wel, dát is de vraag die me drijft! Het antwoord op die vraag is voor mij: het verlangen naar zin. Het is het meest essentieel menselijke. En dus ben ik heel erg gefascineerd door religie en godsdienst. Niet onmiddellijk omdat ik mezelf als zo gelovig beschouw, maar wel omdat ik geraakt wordt door mensen die oprecht op zoek zijn naar antwoorden in het religieuze.
Waarvan komt die fascinatie?
Ik ben ongetwijfeld een product van het milieu waarin ik geboren ben. Ik ben geboren in een katholiek gezin in een katholieke maatschappij, en opgegroeid in een generatie die niet meer wou meestappen in het ‘oude systeem’. Die generatie zette zich zeer sterk af tegen alles wat met de kerk en godsdienst te maken had. Ik heb dat ook gedaan, zeker de tegen instituten en de dogma’s. Maar ik ondervond ook dat hoeveel je ook overboord gooit: de essentiële vragen blijven bestaan. Voor mij zijn er drie grote zingevingsvragen: waarom leven we? Waar komen we vandaan? En waar gaan we naartoe? Alle religies gaan hierover en vroeg of laat word je met deze vragen geconfronteerd of je nu gelovig bent of niet. Sommige mensen gaan in godsdienst op zoek naar antwoorden, anderen zoeken een eigen persoonlijk antwoord. Door in aanraking te komen met verschillende culturen merk ik dat die antwoorden cultureel sterk verschillen. En dat fascineert me mateloos! Vooral wanneer ik mensen mag ontmoeten die heel oprecht naar een invulling van die essentiële vragen zoeken. Die wijze mensen ontmoet ik zowel in mijn werk- als mijn privéleven. Soms zijn dat heel religieuze mensen, soms niet. Maar het zijn mensen die deze vragen onder ogen zien en me daarom inspireren in wat ik doe.
Voor uw reportages in de reeks ‘In Godsnaam’, waarvan u binnenkort een tweede reeks maakt, kwam u voortdurend in aanraking met spirituele tradities en getuigenissen. In welke mate beïnvloedde dat uw persoonlijke kijk op spiritualiteit?
In Godsnaam was een journalistiek project, maar ook een persoonlijke zoektocht. De grote levensvragen dreven mij altijd al, en dus ook bij het maken van deze reeks. De eerste reeks belichtte vooral de manier waarop de 5 grote wereldgodsdiensten – Jodendom, Christendom, Islam, Hindoeïsme, Boeddhisme – daar een antwoord op bieden. Soms kon ik heel teleurgesteld zijn in de antwoorden, bijvoorbeeld omdat ik er geen wijsheid vond, maar enkel waanzin. Maar soms verwachtte ik waanzin en leegte en vond ik er persoonlijk ook wijsheid.
Hebt u het gevoel dat er terug interesse is voor spirituele thema’s? Een reeks over religies maken in het commerciële medialandschap is vandaag de dag toch niet evident?
Tot een paar jaar geleden ondervond ik dat er een gigantisch taboe rust op zingevingsthema’s. Ik heb voor de geschreven pers gewerkt en ben dan naar de televisie overgestapt. Regelmatig stelde ik voor om iets rond religie te doen. Heel vaak kreeg ik dan de reactie “Zijde gij zot?! Dat interesseert geen kat, dat willen de mensen niet!”. Toen ik dan met het idee voor In Godsnaam kwam aanzetten, veranderende dat naar “ja, waarom niet?”.
Hoe komt dat denk je?
God weet waarom! (Lacht) Ik denk het afschudden van het katholieke verleden daar mee te maken heeft. De katholieke kerk domineerde tot de jaren ’60 alles, daarna ontstond een steeds groter wordend blok dat zich daar tegen afzette. Er werd meer en meer in clichés gedacht waarbij religie wordt beschouwd als iets voor domme mensen. Alsof godsdienst er enkel is voor wie niet beter weet of onderontwikkelden. Dat sloeg zo ver door dat alles wat met religie of zingeving te maken heeft, werd geweerd en daar heeft Vlaanderen misschien wel een kater aan over gehouden. Nu is er toch meer en meer een kentering in de openheid over spiritualiteit of religie.
Geloof je in God?
Ik hoop – en ik weet dat het een cliché is – dat er een God bestaat. Maar dat is iets anders dan geloven dat Hij bestaat. Als God bestaat, zou Hij het lijden een zin kunnen geven. Het zou me troost bieden te weten dat het lijden niet zinloos is. De meeste wereldgodsdiensten willen trouwens een perspectief bieden waarin het lijden een zinvolle plaats heeft. Ik merk dat gelovigen troost ervaren in het geloof in God. Daarom verlang ik ook soms naar het bestaan van een God. En toch, troost vind ik dan ook weer in het leven. Wanneer ik dierbaren verlies, ervaar ik naast een groot verdriet toch ook telkens weer een troost. Maar om dat God te noemen… daarvoor ben ik in de verkeerde tijd geboren denk ik. Je moet ook zo denken: moesten de meisjes die decennia geleden intraden in het slotklooster van Brecht nu geboren zijn, waren ze niet ingetreden. Er treden daar geen jonge mensen meer in. Dat doet me toch ook de relativiteit van bepaalde religieuze beleving inzien.
Wat betekent vertrouwen voor u?
Ik vertrouw op mijn partner en mijn kinderen, mijn intuïtie, mijn vrienden, mijn collega’s… Maar dat is nog iets anders dan een basisvertrouwen denk ik. Ik sta met vertrouwen in het leven door de opvoeding die ik gekregen heb. Ik probeer dat ook door te geven aan mijn kinderen. Professioneel vertrouw ik op het contact tussen mensen. De reeks In Godsnaam is volledig gebaseerd op vertrouwen. Het vergt heel wat vertrouwen om mensen over zulke thema’s hun ziel te laten blootleggen.
Hoe creëer je dat vertrouwen?
Door jezelf ook bloot te geven – je krijgt wat je geeft en vice versa – door eerlijk en open te communiceren over wat we willen en door met hen mee te leven. We maken niet louter een interview van vraag en antwoord. We vragen die mensen om mij mee te nemen in hun leefwereld. Ik moet daar dan ook voor open staan, ondanks al mijn vragen en twijfels. Op dat moment mag ik mij niet boven hen zetten als de kritische journalist. Ik moet vooroordelen en weerstanden opzij kunnen zetten om echt te begrijpen waarom mensen bepaalde levenskeuzes maken. Vanuit mijn nieuwsgierigheid wil ik echt iets ervaren van hun spiritualiteit. Ik doe dan ook alles mee. Door die combinatie van journalistieke interesse en persoonlijke nieuwsgierigheid en openheid creëren we toch een vertrouwensbasis.







